Top

Aansluiten en Aarden van PV panelen in de nieuwe NEN1010

Nieuwe NEN1010 en PV panelen.

 

Per 1 januari 2017 is de nieuwe NEN van kracht, de NEN1010:2015. Sinds de vorige uitgave zijn zonnepanelen en elektrische voertuigen steeds meer “ingeburgerd”. In de nieuwe NEN1010 wordt daarom onder andere nader ingegaan op het aansluiten en aarden van zonnepanelen en is er een rubriek toegevoegd, namelijk “laadinrichtingen voor elektrische voertuigen”. In dit artikel bespreken wij de belangrijkste wijzigingen ten aanzien van PV panelen.

 

Het aansluiten van PV panelen

 

Kleine PV systemen

 

In de oude NEN1010 was het nog toegestaan om een PV installatie met een maximale uitgangsstroom van 2,25A oftewel 517,5VA via een stekker op een bestaande groep aan te sluiten. Deze methode van aansluiten is in de nieuwe NEN1010 niet meer toegestaan. Het is nu verplicht om tussen het net en de omvormer een toestel voor overstroombeveiliging op te nemen. In de praktijk betekent dit dat (de omvormer van) een PV installatie op een eigen eindgroep in de GroepenKast moet worden aangesloten.

 

Middelgrote PV systemen

 

Een middelgroot PV systeem, dit zijn systemen tot een maximale stroom van 16A en met een maximaal uitgangsvermogen van 3680VA (5kVA), kunnen op een onderverdeling worden aangesloten. De GroepenKast verdeler moet zijn berekend voor de maximale stromen die kunnen gaan lopen. De meeste GroepenKasten die op de markt zijn hierop berekend.

 

Grote PV systemen

 

Voor grote PV systemen, dit zijn systemen boven de 3680VA (5kVA), geldt dat de installatie opnieuw moet worden doorgerekend. Hierbij moet rekening worden gehouden met de stromen die kunnen gaan lopen. In de praktijk is het advies om voor de overzichtelijkheid en de veiligheid van de installatie elke omvormer afzonderlijk, via een eigen kabel, op een nieuw te plaatsen PV GroepenKast aan te sluiten.

 

Deze PV GroepenKast kan dan met een eigen kabel op de hoofd-GroepenKast worden aangesloten.  Voor het berekenen van de kabel moet zowel rekening gehouden worden met de belastbaarheid als met het spanningsverlies over deze kabel. Soms kan het aantrekkelijk zijn om zelfs een dikkere kabel te nemen, omdat op den duur het rendementsvoordeel van de meeropbrengst van het PV systeem opweegt tegen de extra investering in de kabel.

 

Ook moet rekening gehouden worden met de belastbaarheid van het railsysteem. De maximale stroom die in (een deel) van het railsysteem van de GroepenKast kan gaan lopen is de som van de hoofdbeveiliging en de stroom geleverd door de PV installatie. Stel dat het railsysteem geschikt is voor 63A per fase en dat de hoofdzekering 50A is, dan is overbelasting van (een gedeelte van) de rail mogelijk als het PV systeem bijvoorbeeld 16A levert.

 

Aarding van PV installaties

 

In de nieuwe NEN101 is er meer duidelijkheid gekomen over het aarden van PV installaties. In de vorige NEN1010 werd het aarden van PV installaties niet verplicht gesteld. In de praktijk werd een PV installatie de ene keer wel en de andere keer niet geaard. En als de PV installatie wel werd geaard, werd dit vaak gedaan in combinatie met bliksemafleiding.

 

In de recente NEN1010 geldt de metalen constructie van een PV installatie als een “vreemd geleidend deel”, en moet dus geaard worden. De metalen constructie moet worden geaard door middel van een potentiaalvereffeningsleiding die met de DC kabel mee naar de omvormer moet worden geleid. Nabij de omvormer moet de vereffeningsleiding op een aardrail worden aangesloten. Ook de omvormer moet met een potentiaalvereffeningsleiding op deze aardrail worden aangesloten. Deze aardrail moet vervolgens weer worden aangesloten op de hoofdaardrail van het pand.

 

De zonnepanelen zelf zijn vaak dubbel geïsoleerde PV panelen en deze hoeven dus niet geaard te worden. Het gaat om de aarding van de metalen draagconstructie waarop ook vaak de DC bekabeling is bevestigd. Deze bekabeling kan bijvoorbeeld in de loop van de tijd verouderen en sluiting veroorzaken met de metalen constructie. Dit kan tot ongewenste en zelfs gevaarlijke situaties leiden.

 

Naast sluiting tussen de DC kabel en de metalen draagconstructie kan er ook elektrolytische corrosie ontstaan. Vaak zijn draagconstructie van aluminium. Aluminium in combinatie met andere metalen zoals koper en staal geeft in een vochtige omgeving kans op elektrolytische corrosie.

Tenzij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan moet een aardlekschakelaar worden toegepast, in de praktijk zal in de meeste gevallen dus een aardlekschakelaar moeten worden geplaatst. Dit geldt ook voor de klasse van de aardlekschakelaar. Dit moet klasse D zijn, tenzij er aan een tweetal voorwaarden is voldaan, dan mag klasse AC worden toegepast. In de praktijk zal in de meeste gevallen dus een aardlekschakelaar klasse D moeten worden toegepast.

 

Kortom, het aarden van PV installaties is niet alleen veilig, maar in de nieuwe NEN1010 ook verplicht, Lees meer over de nieuwe NEN1010, Klik hier: Nieuwe NEN1010