Top

GroepenKast aanpassen bij wijzigingen en uitbreidingen in de elektrische installatie

GroepenKast aanpassen bij wijzigingen en uitbreidingen in de elektrische installatie

 

Wij krijgen vaak de vraag wanneer, en in hoeverre, de elektrische installatie en de GroepenKast aangepast moet worden op het moment dat de elektrische installatie wordt gewijzigd of uitgebreid. In dit artikel gaan wij eerst in op de normen en de richtlijnen, om daarna een aantal praktijkvoorbeelden uit te werken.

 

In oktober 2016 zijn diverse bladen van de NPR5310 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) immers vervallen. Een van deze vervallen bladen is blad 30, en dit blad beschreef nu juist het antwoord op de vraag hoe in de praktijk moet worden omgegaan met wijzigingen en uitbreidingen in de elektrische installatie.


Bouwbesluit
 

In het Bouwbesluit (2012) is een en ander geregeld over de toepassing van normen en de elektrische installatie. Bij uitbreidingen en wijzigingen van de elektrische installatie hebben we te maken met de bijzondere bepalingen uit het Bouwbesluit. In artikel 1,12 lid 2 van paragraaf 1.4 geeft de volgende uitleg:

 

“Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of vergroten van een installatie is wat betreft hoofdstuk 6 het rechtens verkregen niveau 2 van toepassing.”

 

Rechtens verkregen niveau is als volgt omschreven:

 

“Het niveau dat een gevolg is van de toepassing op enig moment van de relevante op dat moment van toepassing zijnde technische voorschriften en dat niet lager ligt dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk en niet hoger dan de niveau van de desbetreffende voorschriften voor een te bouwen bouwwerk.”

 

Het rechtens verkregen niveau is hetzelfde als de kwaliteit van het bouwwerk dat er staat, onder de voorwaarde dat het ooit is gebouwd volgens de destijds geldende richtlijnen en vergunningen en ook altijd is aangepast volgens deze richtlijnen. Onderzoek en inspectie kunnen dit aantonen. Maar vaak kun je volstaan met te constateren welke kwaliteit je hebt. Wat je ziet is wat je krijgt.

 

Na een verbouwing moet het gebouw minstens gelijk in kwaliteit zijn als ervoor, beter mag altijd. Bij oudere gebouwen kan de conclusie zijn dat de huidige situatie niet voldoet aan de bestaande bouw. De verbouwing moet er dan toe leiden dat het niveau wel gerealiseerd wordt. Omgekeerd is het ook mogelijk dat men met een gebouw te maken krijgt van een kwaliteit hoger dan de eis voor nieuwbouw.


NEN1010
 

Als voorbeeld nemen we een bestaand gebouw met een elektrische installatie van enkele jaren oud en een klant die besluit tot een wijziging of uitbreiding. Aan welke editie van de NEN1010 moet de aanpassing voldoen? Het Bouwbesluit vermeld dat de elektrische installatie tenminste moet voldoen aan de eerste editie van de norm uit 1962 en voor elektrische installaties daarna geïnstalleerd aan het “rechtens verkregen niveau”, dus voldoen aan de geldende editie van de norm in het jaar dat de elektrische installatie is aangelegd.

 

In de afgelopen decennia is de norm regelmatig aangepast, uitgebreid dan wel vervangen. De vraag die hierbij ontstaat, is: “zijn die aanpassingen van de norm van belang voor de elektrische installatie?” Zolang er geen werkzaamheden aan de elektrische installatie zijn uitgevoerd, is het antwoord ‘nee’ . Dan is de editie van de norm van kracht geldig in het jaar van aanleg van de installatie.

 

Voor uitbreidingen en (grote) wijzigingen geldt dat die moeten voldoen aan de norm die op dat moment geldt. De elektrische installatie is aan veel normen en voorschriften onderworpen.

 

Vanaf 2009 is in het Bouwbesluit, via de Regeling Bouwbesluit, de NEN1010 aangewezen als basis voor een elektrische installatie. Daarmee is deze norm het wettelijk aangewezen minimum niveau. Dat lijkt simpel, maar let op, niet de volledige norm is aangewezen en zij is alleen van toepassing op de veiligheidsbepalingen waardoor de overige bepalingen uit de norm alleen van toepassing zijn in een privaatrechtelijke overeenkomst.

 

De huidige editie op dit moment is de NEN1010:2015/C1+C2:2016. Deze editie is in beginsel alleen voor installaties aangelegd na die datum.

 

De kans is groot dat bij een aanpassing dan wel vervanging van de bestaande elektrische installatie er een verschil van mening ontstaat over welke editie van toepassing is. Het toepassen van een verkeerde of vastgestelde uitgave van de NEN1010 kan immers grote gevolgen hebben.


Vier rubrieken
 

In de praktijk worden vier rubrieken gebruikt om vast te stellen welke editie van toepassing is voor de bestaande elektrische installatie:

  1. Onderhoud
  2. Wijziging of uitbreiding
  3. Renovatie van een significant deel
  4. Vervanging van de complete installatie

 

Onderhoud. Hierbij mag men de editie van de norm gebruiken waaronder de elektrische installatie is aangelegd. Indien de installatie later is gewijzigd of uitgebreid dan geldt voor het onderhoud aan dit deel van de installatie de geldende editie uit de periode waardin die wijziging of uitbreiding heeft plaatsgevonden.

 

Wijziging of uitbreiding. Dit is wat lastiger. Als het gaat om een minimale aanpassing of uitbreiding zoals het bijplaatsen van een lichtpunt, wandcontactdoos, of aansluiting voor een wasmachine dan mag de editie voor dat jaar nog worden gebruikt. Hierbij moet er wel het besef zijn dat de huidige stand van de techniek en veiligheidsvoorzieningen veel verder zijn dan ten tijde van de oorspronkelijke aanleg. Het al dan niet toepassen van bijvoorbeeld een aardlekschakelaar bij woningrenovaties is voor deze afweging van groot belang. Wordt de wijziging groter, zoals bij het vernieuwen van de GroepenKast, dan geldt voor die wijziging wel de nieuwste editie van de norm.

 

Renovatie belangrijk deel. Voor het installeren van een nieuwe GroepenKast, nieuwe leidingen of het vernieuwen van schakelmateriaal geldt dat de recente editie van de norm moet worden toegepast. Dat geldt dan uiteraard alleen voor het deel van de elektrische installatie dat wordt gerenoveerd. Het te handhaven installatie-deel hoeft niet te worden aangepast.

 

Vervangen installatie. Begrijpelijk is dat bij een totale vervanging de recente editie van de norm moet worden toegepast. Hoewel nog vaak wordt gedacht dat het gebouw toch in een bepaald jaar is gebouwd en daarmee de installatie dus ook onder dat bouwjaar valt, gaat dat beslist niet op voor een te vervangen elektrische installatie en/of GroepenKast. De norm evenals het Bouwbesluit zijn er duidelijk over: de elektrische installatie moet voldoen aan de uitgave geldig in het jaar van aanleg. Uitgangspunt hierbij is de installatie, niet het object.

 

Eigenlijk is dus alleen bij punt 2, een wijziging of uitbreiding, echte twijfel mogelijk. Vaar daarbij op je gezond verstand. Je kunt zelf beoordelen of het om een kleine aanpassing gaat die nog binnen de oude norm valt, of dat het een aanzienlijke wijziging of uitbreiding betreft, dien dan onder de norm valt die van toepassing is op het moment van aanpassing van de installatie.