Top

Waar moet de inspectie van een GroepenKast aan voldoen?

Ook een groepenkast moet regelmatig geïnspecteerd worden!

 

De NEN 1010 deel 6 bevat de eisen voor de eerste inspectie en de periodieke inspectie van een elektrische installatie. Deze inspectie vindt plaats tijdens de voltooiing van een nieuwe installatie of tijdens de voltooiing van uitbreidingen of wijzigingen in installaties. Bestaande installaties worden in beginsel geïnspecteerd conform de NEN 3140. Bij deze inspectie moet ten minste worden uitgegaan van de veiligheidsbepalingen die van kracht waren bij de aanleg van de installatie.

 

Tot eind 2011 waren de Arbobeleidsregels van kracht. Deze beschreven de door de inspectie SZW (voorheen arbeidsinspectie) gehanteerde regels. Een van die beleidsregels schreef de NEN 3140 als minimale verplichting. Er was toen een directe link met de Arbowet. Onder Europese druk is deze verplichting komen te vervallen. De Arbobeleidsregels zijn vervangen door de Arbocatalogi. De door de diverse branches en bedrijven opgestelde Arbo catalogi beschrijven hoe omgegaan dient te worden met de veiligheid van arbeidsmiddelen. De Arbobeleidsregels beschrijven op welke wijze de Arbeidsinspectie de geldende wetgeving interpreteert en dus ook handhaaft. Dit worden ook welk minimale beschermingsniveaus genoemd. Er mag dus ook een andere vergelijkbare norm, bijvoorbeeld een Duitse of Amerikaanse norm worden gehanteerd. Uitgangspunt is dat minimaal een gelijk veiligheidsniveau wordt bereikt. In alle Arbo catalogi wordt voor wat betreft elektrische veiligheid verwezen naar de NEN 3140.


 

Inspectie is vastgelegd in de NEN 3140

 

In de norm NEN 3140 is vastgelegd dat elektrische installaties, waaronder groepenkasten, regelmatig geïnspecteerd dienen te worden. Ook de wijze waarop deze visuele inspectie en metingen plaats dienen te vinden zijn beschreven evenals de verschillende grenswaarden.

 

Voor NEN 3140 bestaat geen publiekrechtelijke aanwijzing. Deze norm wordt dus niet aangewezen in wetgeving. Toch is NEN 3140 een belangrijk instrument voor het veilig werken aan elektrische installaties en met elektrische arbeidsmiddelen. De eisen uit deze norm zijn bepalend voor de wijze waarop de werkzaamheden aan elektrische installaties worden uitgevoerd.

 

Voor het werken aan elektrische installaties bepaalt het Arbobesluit onder andere:

  • Elektrische installaties zijn veilig (art. 3.4)
  • Werkzaamheden aan, met en nabij installaties worden veilig uitgevoerd (art. 3.5)
  • Het is aan de werkgever om invulling aan deze twee artikelen te geven. Doet hij dat niet, dan loopt de werkgever het risico dan hij bij een ongeval niet kan uitleggen wat hij heeft gedaan om het ongeval te voorkomen. De werkgever kan hierbij gebruik maken van de NEN 3140. Bij het voldoen aan de NEN 3140 toont men aan dat aan het Arbobesluit is voldaan.

 

 

Verzekeringsvoorwaarden en de NEN 3140

 

Wanneer de NEN 3140 in een private overeenkomst zoals bijvoorbeeld verzekeringsvoorwaarden is opgenomen, kan naleving van deze norm worden afgedwongen. Steeds vaker staat in verzekeringsvoorwaarden de eis dat de elektrische installatie, waaronder een groepenkast, geïnspecteerd dient te worden. Niet aan de voorwaarden voldoen betekent meestal een uitsluitingsgrond voor vergoeding. In dat geval betreft het dus wel degelijk een verplichting.

 

Wie mag er keuren?

 

De eerste inspectie moet worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon, die bovendien de deskundigheid heeft om inspecties uit te voeren.

 

Een vakbekwaam persoon (VP) is een persoon die is aangewezen en met een relevante opleiding en ervaring, waardoor deze persoon in staat is gevaren die door elektriciteit kunnen worden veroorzaakt te onderkennen en te voorkomen.

 

Vakbekwame personen hebben ten minste een lager elektrotechnisch niveau verkregen door opleiding en/of ervaring. Ze zijn verantwoordelijk voor de uitvoering va het eigen takenpakket en moeten zich daarvoor kunnen verantwoorden. Ze werken meestal zelfstandig onder indirect toezicht en soms onder direct toezicht.

 

De inspecteur

 

Als inspecteur dien je op de hoogte te zijn van de actuele wet- en regelgeving en normen. Dit kun je bijhouden door middel van de Staatscourant, bij het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN) of het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (arboportaal.nl).

 

In de praktijk zijn er vooral gebreken van de elektrische installatie, minder van elektrische voorzieningen. De meest gevonden gebreken van de elektrische installatie zijn:

  • beschermingsmaatregelen tegen indirecte aanraking van actieve delen zijn niet in orde (39%)
  • circuitimpedantie tussen fase en beschermingsleiding is niet in orde (26%)
  • beschermingsmaatregelen tegen directe aanraking van actieve delen zijn niet in orde (20%)
  • beschermingsmaatregelen tegen uitval van elektrische installatie zijn niet in orde (16%)

 

Bovengenoemde gebreken geven een verhoogde kans op elektrocutie en brandgevaar.



 

NTA 8025:2005 Beoordeling voorzieningen in woningen

 

Deze richtlijn heeft betrekking op een juiste wijze inspecteren van de voorzieningen in de woning.

 

Deze NTA is van toepassing op het  beoordelen van de veiligheid van bestaande technische installaties en technische voorzieningen in woningen en op erven of in bijgebouwen van woningen.

 

Technische installaties in woningen zijn: 

  • elektrische installaties die het elektrische materieel omvatten ten behoeve van de opwekking, het transport, de omzetting en het gebruik van elektrische energie en die een vast onderdeel vormen van het gebouw;
  • gasinstallaties met vast aangesloten apparatuur, afvoeren en ventilatie ten behoeve van de veilige werking van gasapparatuur
  • leidingwaterinstallaties met appendages, warmwaterbereiders, terugstroombeveiligingen, drukbeveiligingen en dergelijke.

 

Technische voorzieningen in woningen zijn: 

  • elektrische apparatuur die wordt gebruikt in woningen zoals versterkers, CAI, data, telefoon, videonetten, bewakingsinstallatie en domotica, alsmede snoeren, verdeeldozen en driewegstekkers en alles waarbij elektrische energie wordt toegepast;
  • niet vast aangesloten gasapparatuur met slangen, afsluiters, koppelingen en veiligheidsvoorzieningen zoals schermen en standaards;
  • veelal niet vast aangesloten voorzieningen voor het gebruik van leidingwater zoals wasmachines, tuinsproeiers en dergelijke, inclusief slangen en koppelingen.

 

Deze NTA bevat een methode om te bepalen of een bestaande technische installatie of een bestaande technische voorziening voldoet aan het maatschappelijke aanvaarbare minimale veiligheidsniveau en een methode voor het bepalen van de frequentie voor het beoordelen. En al wat noodzakelijk is voor een maatschappelijk verantwoorde uitvoering van de periodieke beoordeling van de veiligheid.

Lees meer over de nieuwe NEN1010.